In hoofdstuk 1 van het boek over meaningful learning wordt uitgelegt welke rol technologie speelt in het onderwijs en wat je er zoal mee zou kunnen doen.
Uit dit stuk wordt duidelijk dat we de technologie niet moeten gebruiken om te reproduceren maar het moeten gebruiken om er mee te leren. Denk hierbij aan het verduidelijken van de opgedane kennis.
Ieder persoon leert op een andere manier en alles wat je kunt leren kan ook op verschillende manieren gedaan worden. Zo kun je een formule uitleggen maar door er mee te werken wordt het duidelijk wat er mee bedoelt wordt.
Als we beschikken over de technologie is het nu de taak aan het onderwijs om hier op een goede manier gebruik van te maken. We weten allemaal dat het ‘lagere’ onderwijs moeite heeft met leren. We zouden hiervoor goed de technologie kunnen gebruiken om het leuker maar vooral visueler te maken. De mogelijkheden zijn oneindig!
Als bijbaantje werk ik bij de Karwei. Natuurlijk is dit niet alleen maar klanten helpen en vakken vullen. Achter de kassa en de informatiebalie heb je een heel computersysteem om mee te werken. Orders maken en lijsten uitdraaien, alles wordt digitaal aangeleverd van bovenaf. Om dit te leren zijn er oefenopdrachten. Omdat fouten moeilijk terug te draaien zijn, worden nieuwe personeelsleden achter een reeks oefenopdrachten gezet. Dit betekent dat fouten moeiteloos kunnen worden gemaakt zonder concequenties en door het zelf te doen leer je veel sneller. Zodra het daarna voor het echt moet, ben je minder bang om het niet goed te doen. Zelf doen in plaats van kijken, laat je sneller iets onder de knie krijgen.
De technologie kan dus een grote vooruitgang betekenen voor het onderwijs als er goed mee wordt omgegaan. Het is belangrijk om dit aan te laten sluiten bij andere doelen binnen het onderwijs waarbij ook een soort vooruitgang in wordt geboekt. Je kunt technologie bijvoorbeeld heel goed gebruiken voor het uitleggen van vaktermen, iets waar heel veel leerlingen moeite mee hebben. Ook is het op deze manier gemakkelijker om de leerling met kennis te laten kennismaken. Je kunt ze makkelijker triggeren en hoeft ze moeilijke, saaie stof niet te vertellen maar je kunt het ze zelf laten onderzoeken.
Een animatie van de koolstofkringloop in een ecosysteem laat leerlingen van dichter bij zien wat de kringloop inhoud. Door ze zelf met stukjes van de kringloop te laten schuiven, kunnen ze zien hoe de kringloop rond gaat en wat er moet gebeuren om geen ophopingen te krijgen. Deze spelvorm laat de leerlingen zelf knutselen met onderwerpen en vaktermen waardoor het begrip groter wordt doordat bezig zijn met stof langer blijft hangen dan het alleen horen.
Ook onderling kennis verdelen is een mogelijkheid die niet onbenut moet blijven. Dit vergroot de mogelijkheden voor bijvoorbeeld het samenwerkend leren waar de laatste paar jaren veel op wordt gehamerd. De mogelijkheden van de technologie kunnen het hele onderwijs in positieve zin beinvloeden.
Programma’s voor het maken van gezamelijke woordwebs bieden de mogelijkheid om actief en gezamelijk over onderwerpen na te denken. Door het digitale tintje is het hierdoor mogelijk deze door leerlingen thuis nogmaals te laten bekijken. Ook aantekeneningen van het bord kunnen zo digitaal gedeeld worden. Forums bieden de mogelijkheid om leerlingen te laten discusseren over onderwerpen en dus samen tot een goed antwoord te komen. Ook wiki’s zijn leuk om leerlingen gezamelijke producten te laten maken waar individueel aan kan worden gewerkt.
Ikzelf ben een groot voorstander van het gebruik van technologie in de klas, mits het juist wordt gebruikt. Het moet iets toevoegen aan het kennisbegrip van de leerlingen. Ik zie graag dat leerlingen er zelf mee aan de slag kunnen en ik ook kan controleren wat ze hebben gedaan. Het is een mooie manier om het onderwijs “leuk” te maken voor ze. Vooral het gebruik van leervaardige spelletjes vind ik leuk om te gebruiken. Laat ze maar combineren en onderzoeken hoe een proces moet lopen. Dommer worden ze er niet van en beter en duidelijker kan ik het niet uitleggen want echt blijven hangen doet het dan niet.
Op een stage ben ik eens een ‘spelletje’ tegen gekomen voor het vak verzorging. Daarbij moesten leerlingen zogenaamd de was doen en kregen ze allerlei waslabels. Deze moesten ze juist aflezen en behandelen om de was mooi te houden en schoon te laten worden. Na het geploeter met het spelletje, wisten de leerlingen de waslabels af te lezen. Een goed voorbeeld van het leren met ICT en het nuttige gebruik hiervan.
Gepost:
Bart
Heeey Marleen!
Ja ja ben het zeker mee eens met wat je schrijft over het gebruik van ICT binnen het onderwijs, en dan voornamelijk dat het gebruik ervan zeker voordelen zou opleveren maar dat het wel op juiste wijze wordt gebruikt. Vraag blijft natuurlijk waar de grens moet liggen tussen het leren met en zonder ICT…Want volgens mij heb je wel beide nodig om uiteindelijk optimaal te kunnen leren.
Hi Marleen,
Op zich een prima verslag, al vind ik dat het een klein beetje blijft hangen in ‘algemeenheden’. ik zou je willen vragen het wat meer op jouw eigen ervaring te betrekken (dus integreren en toepassen). Kijk bijvoorbeeld nog even goed naar de vragen van BIT.
Groet,
Michel
Yeey nog iemand die het ziet zoals ik
Hiermee bedoel ik dat ICT en technologie wel leuk is in de lessen maar dat het niet de lessen moet overnemen.
@ Michel: de dikgedrukte stukken zijn een aanvulling op het verhaal dat ik al had, hoop dat dit beter is… vind het moeilijk om hier echte voorbeelden voor te geven omdat ik op dit moment geen stage loop